» De mislukte aanslag op Hitler

Wat is dit?

20 juli 1944

Op 20 juli 1944 om tien voor één 's middags verwoestte een zware bomontploffing de vergaderbunker van de Wolfsschanze, het hoofdkwartier van Adolf Hitler in Oost-Pruisen. Een door de hoge Wehrmacht-officier Graf von Stauffenberg in een aktetas verstopt explosief doodde vier topmilitairen. De overige twintig aanwezigen liepen veelal zware verwondingen op. Slechts twee personen bleven ongedeerd. Één van hen was Adolf Hitler, leider van de bloeddorstige nazi-dictatuur en doelwit van een aanslag op zijn leven door hooggeplaatste legerofficieren. Hitler kwam met de schrik vrij doordat de massief-eikenhouten tafel in het midden van de bunker de klap van de op de vloer gelegen bom smoorde. Experts stelden naderhand vast, dat een vanwege tijdsgebrek niet geplaatste tweede bom alle aanwezigen het leven zou hebben gekost. Op 20 juli 1944 rustte een beschermengeltje op de schouder van de Führer.

De geplande dood van Hitler had een staatsgreep moeten inluiden door de samenzweerders rondom Von Stauffenberg. Honderd kilometer ten westen van de Wolfsschanze, in Berlijn, wachtten de bij het complot betrokken officieren op het overlijdensbericht alvorens tot actie over te gaan. Onder de codenaam Walküre moest een in de Duitse hoofdstad gestationeerd reserveleger strategische punten in het regeringsdistrict innemen en andere legerdivisies ontwapenen. Voor een nieuw kabinet en een regeringsverklaring hadden de putschisten al gezorgd. Er was echter één praktisch probleem: de bommenlegger werd ook geacht het verzet in Berlijn aan te voeren. Direct nadat Von Stauffenberg zijn bom had geplaatst, was hij in een vliegtuig naar Berlijn gestapt, in de veronderstelling dat Hitler dood was. Kostbare uren gingen verloren. Toen Von Stauffenberg in de loop van de middag in het ministerie van Oorlog arriveerde, kon zijn melding van Hitlers overlijden niet worden bevestigd. Daardoor aarzelden zijn collega's om operatie Walküre volledig in werking te zetten. Aan het eind van de middag werd het bericht van Hitlers overleven doorgeseind. Von Stauffenberg werd nog op dezelfde avond geëxecuteerd. Ruim tweehonderd van zijn medestanders vielen in de daaropvolgende maanden ten prooi aan Hitlers nietsontziende wraak.

Geen democraten
Hoewel ook vakbondsleiders, juristen, dominees en ambtenaren tot de samenzwering behoorden, is '20 juli' de geschiedenis ingegaan als het werk van hoge adellijke officieren à la Von Stauffenberg. Dat is vooral een gevolg van het praktische feit, dat de officieren uit de aard van hun functie vrijwel de enigen waren, die bij de goed beschermde Führer in de buurt konden komen en de aanslag konden plegen. Bovendien trekt de houding van de legerleiding de aandacht, omdat zij een scherp contrast vormt met de door haarzelf gehanteerde mores, die gehoorzaamheid aan het gezag voorschreven. Bij de voorbereidingen mochten dan personen uit vele lagen van de bevolking betrokken zijn geweest, de uiteindelijke aanslag kon bijna niet anders dan door de kleine aristocratische kring binnen de legertop worden gepleegd.


De samenzweerders waren beslist geen democraten. Hun plannen voorzagen weliswaar in een stopzetting van de gewapende strijd en in vredesonderhandelingen met de westerse geallieerden, maar het naoorlogse Duitsland kreeg wat hen betreft de vorm van een autoritaire staat. Dit laatste was ook de reden waarom de meeste onder hen de nationaal-socialistische machtsovername in 1933 met instemming hadden begroet. Veelal afkomstig uit kringen van de conservatieve, nationaal gezinde adel, meenden zij de 'parvenu' Hitler te kunnen gebruiken als stroman in hun pogingen om de machtspositie van Duitsland te herstellen. Deze positie was goeddeels verloren gegaan door de Vrede van Versailles, het als uiterst smadelijk ervaren vredesverdrag waarmee de Eerste Wereldoorlog was afgesloten. De herinvoering van de dienstplicht door Hitler, de statusverhoging van het leger in de militaristische nazi-staat en de eerste successen op het slagveld schenen de ondersteuning van het regime te rechtvaardigen.

Dit veranderde naarmate de oorlog zich in het nadeel van Duitsland ontwikkelde. Hoewel antisemitisme in aristocratische kringen allesbehalve uitzonderlijk was, ging de massamoord op de joden in Oost-Europa velen te ver. Hitlers misdadigheid woog niet op tegen zijn politiek-militaire succes - zeker niet toen dit succes begon te veranderen in verlies. De landing van de Engelsen en Amerikanen in Normandië in juni 1944, de onverdroten opmars van de Russen in het oosten en de stelselmatige verwoesting van Duitse steden door Brits-Amerikaanse bombardementen dwong het verzet tot handelen. Met de aanslag poogden de samenzweerders Duitsland te redden uit de verstikkende greep van een dictator, die alle realiteitszin verloren scheen te hebben en Duitsland in zijn val dreigde mee te sleuren. De actie werd ingegeven door het geloof in nationaal belang in plaats van door vrijheidsliefde. De 'parvenu'was contraproductief gebleken voor de doeleinden van de adellijke officieren.

"Verraders"
Na de oorlog kon de 'groep-Stauffenberg' lange tijd niet op de waardering van de Duitsers rekenen. Het communistische DDR-regime schilderde de mannen van 20 juli af als reactionaire "agenten van het Amerikaanse imperialisme". De westerse bezettingsmachten verboden aanvankelijk alle berichtgeving over de gebeurtenis. Zij zou de herinnering levend houden aan de Pruisische achtergrond van veel betrokkenen - volgens de geallieerden een bron van veel kwaad in de Duitse geschiedenis. De helft van de West-Duitsers was in 1956 van mening, dat geen enkele school naar één van de deelnemers mocht worden vernoemd. Nog begin jaren zestig noemde een kwart van de Duitsers Stauffenberg en zijn kameraden "verraders". De kritische generatie '68 had later vooral moeite met de conservatieve opvattingen van de verzetsleden.

Inmiddels is de situatie anders. Een recent opinieonderzoek, uitgevoerd in opdracht van het weekblad Der Spiegel, toont aan dat anno 2004 bijna driekwart van de Duitsers de daders "in achting neemt" of zelfs "bewondert". Slechts één op twintig "veracht" de samenzweerders. Bondskanselier Schröder nodigde één van de overlevenden uit om hem te vergezellen tijdens de ceremonie op de zestigste verjaardag van D-Day, ruim een maand geleden in Frankrijk. Daarmee lijken de Duitsers '20 juli' zestig jaar na dato in eerste instantie te beoordelen vanuit de historische context: de daders mogen dan geen democraten zijn geweest, in de gegeven omstandigheden was hun welslagen in ieders belang geweest en als zodanig prijzenswaardig. Of, zoals één van de betrokkenen kort voor de mislukte aanslag zei: "De aanslag moet lukken, coûte que coûte", aangezien het niet langer op het praktische doel aankomt, "maar daarop, dat de verzetsbeweging voor de wereld en voor de geschiedenis met inzet van haar eigen leven de beslissende gooi heeft gedaan".
[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Wie is er online!

Stem hier!!


Copyright 2002-2017